Inleiding
In de meeste gevallen zal het niet nodig zijn om de onderstaande stappen uit te voeren.
Standaard bied de CJT1616 namelijk ondersteuning voor UPnP. Dit houd
in dat programma's of computers in staat zijn om zelf portforwards in
te stellen en het verkeer op de juiste manier te routeren. Indien het programma dat u
gebruikt geen ondersteuning heeft voor UPnP, of het programma niet
correct werkt, kunt u handmatig de Portforward in de CJT1616 instellen.
Volg hiervoor de onderstaande instructies.
Om een portforwarding in te stellen op de CJT1616 dient u eerst in te loggen op de router. Dit doet u door uw computer rechtstreeks op de CJT1616 aan te sluiten en vervolgens in uw browser (Bijvoorbeeld: InternetExplorer of Firefox) in de adresbalk het IP-adres van de CJT1616 in te vullen. In de meeste gevallen zal dit het adres http://172.19.3.1 zijn.
Na het invullen van dat adres ziet u het onderstaande scherm verschijnen.

Hierop vult u de volgende gegevens in:
Gebruikersnaam: user
Wachtwoord: user
Als u vervolgens op OK klikt zult u op het hoofdscherm van de CJT1616 uitkomen.

Klik op dit scherm op Configuration en vervolgens op Security . Aan de rechterkant van uw scherm zult u vervolgens een aantal beveiligingsinstellingen zien staan. Scroll (indien nodig) een stuk naar beneden tot u de bovenstaande Security Interfaces ziet staan. Dit is het scherm waarop u de portforward kunt instellen. Klik op Advanced NAT Configuration en u komt op het volgende scherm uit.

Door op Add Reserved Mapping te klikken is de daadwerkelijke portforward in te stellen.
Vervolgens komt u op het onderstaande configuratiescherm uit.

Mogelijke instellingen
Global: Laat hier altijd de waarde 0.0.0.0 staan, deze geeft aan wat de
bron is van al het verkeer.
Internal: Vul hier het interne IP-adres van uw server of computer in.
Transport Type: Hier kunt u aangeven welke typen verkeer er doorgezet moeten
worden. In de meeste gevallen zal het TCP of UDP verkeer betreffen, maar als niet helemaal
duidelijk is wat voor verkeer het is kunt u hier het beste voor ALL kiezen.
External Port Range: Onder Start en End vult u de startpoort en de eindpoort
in van het binnenkomende verkeer. Als u bijvoorbeeld een P2P client gebruikt die vanaf de
buitenwereld berichten krijgt op poort 4000 tot 4040 dan kunt u dat hier invullen.
Internal Port Range: Hier vult u de waarden in van de poorten op de interne
computer. In de meeste gevallen vult u hier exact dezelfde waarden in als bij de External Port
Range, maar het is ook mogelijk om verkeer op een andere interne poort uit te laten komen.
Add Reserved Mapping: Door op deze knop te klikken maakt u de portforward
actief en kunt u de instelling uittesten.
Opmerking: In een aantal gevallen zal het nodig zijn om uw instellingen in de
CJT1616 op te slaan door in het hoofdmenu naar Configuration te gaan, en
vervolgens op Save Config te klikken. Na een korte wachttijd zult u de CJT1616
kunnen resetten en zullen de instellingen actief worden.